Up
Overzicht
Jongerenuitwisselingen
E.V.S.
Ondersteunende activiteiten

E.V.S.

Welke projectstructuren zijn mogelijk?

1) Bi- en trilaterale derde landen EVS projecten
Bi- en trilaterale derde landen projecten zijn projecten die zend en gastorganisaties in 2 of 3 landen betrekken.
2) Multilaterale derde landen EVS projecten
Multilaterale derde landen EVS projecten zijn voor netwerken of partners die samenwerken tussen programmalanden en derde landen. Elke NGO, elk netwerk, elke vereniging of gemeente, met partners in minimaal 4 landen kan aanvragen.


Wie kan deelnemen?

  • Bij EVS-projecten met derde landen moet ten minste één lidstaat van de EU betrokken zijn.
  • Jongeren uit de programmalanden kunnen deelnemen aan een EVS-project in een derde land.
  • Jongeren uit derde landen kunnen deelnemen aan een EVS-project in een programmaland, maar niet in een ander derde land.
  • Jongeren uit mediterrane partnerlanden kunnen alleen in een lidstaat van de EU aan een EVS-project deelnemen.
  • Jongeren uit een EER-/EVA-land of een kandidaat-land komen niet in aanmerking voor deelname aan één-op-één EVS-projecten in een derde land en omgekeerd.
  • Het ontvangen van vrijwilligers uit een programmaland in een ander programmaland mag geen deel uitmaken van een aanvraag voor EVS-projecten met derde landen, maar dient in een andere aanvraag te worden opgenomen (zie paragraaf D.9 en paragraaf D.11).

Wat zijn de specifieke criteria voor bi-trilaterale derde landen EVS projecten?

Naast de algemene doelstellingen en criteria die in hoofdstuk D en paragraaf H.1 zijn genoemd, moeten EVS-projecten met derde landen aan de volgende specifieke criteria voldoen:

  • Project partners
    Projecten met zend en gastorganisaties in twee of drie landen.
  • Aantal vrijwilligers
    1 tot 4 vrijwilligers per aanvraag. Niet meer dan 2 vrijwilligers van hetzelfde land per gastorganisatie.
  • Duur van de periode van vrijwilligerswerk
    Normaal van 6 tot 12 maanden. In verband met visumproblemen kunnen kortere projecten met derde landen in aanmerking komen, met een minimum van drie maanden.
    Kortlopende activiteiten (3 weken tot 6 maanden) komen alleen voor financiering in aanmerking als ze bedoeld zijn om de toegankelijkheid van het Europees Vrijwilligerswerk voor kwetsbare jongeren te verbeteren.
  • Training
    Trainingen vormen een onlosmakelijk onderdeel van ieder EVS-project. Vóór het vertrek en bij aankomst van de vrijwilligers moeten trainingen georganiseerd worden. Daarnaast moeten er tussentijdse evaluatiebijeenkomsten en, indien mogelijk, een afrondende evaluatiebijeenkomst plaatsvinden (zoals hieronder en in paragraaf D.5 beschreven).

Wat zijn de specifieke criteria voor multilaterale derde landen EVS projecten?

In navolging van de algemene doelstellingen en criteria beschreven in hoofdstuk D, sectie H.1, moeten deze projecten voldoen aan de volgende criteria:

  • Projectinhoud:
    Het project behoeft een sterke en coherente thematische inhoud.
    Het project moet een aangeven moeite te doen om betrokken te worden bij nieuwe activiteiten en hun ervaringen uit te breiden.
  • Project partners:
    Ten minste 3 zendorganisaties in 3 verschillende landen en ten minste 2 gastorganisaties in hetzelfde land of verschillende landen.
    Aangevraagde projecten moeten een aantal partners hebben (20%), welke niet eerder in EVS hebben deelgenomen.
  • Aantal vrijwilligers:
    Minimaal 5 en maximaal 20 vrijwilligers, uit ten minste 3 landen.
    Maximaal 4 vrijwilligers per gastorganisatie en niet meer dan 2 uit hetzelfde land.
  • Lengte van de vrijwilligersperiode:
    Normaal gesproken 6-12 maanden. Mochten er problemen zijn met visa, dan zijn kortere derde landen projecten toegestaan, met een minimum van 3 maanden.
    Korte termijn activiteiten (3 weken tot 6 maanden) zijn alleen mogelijk wanneer het gaat om het faciliteren van projecten voor kwetsbare jongeren.
  • Training:
    Trainingssessies vormen een integraal onderdeel van EVS. Een training voor vertrek en aankomsttrainingen, de midterm bijeenkomst en mogelijk een eindevaluatie, moeten voor alle vrijwilligers worden georganiseerd (als beschreven in sectie D.5)

Hoe moet een EVS-project met derde landen worden opgezet?

In tegenstelling tot EVS-projecten in programmalanden zoals beschreven in paragraaf D.9, is er geen gegevensbank voor gastorganisaties voor het EVS in derde landen.

Voor vrijwilligers

Als je nog geen gastorganisatie weet, moet je beginnen door een mogelijke zendorganisatie in jouw land te vinden die contacten heeft met organisaties in het land waar je vrijwilligerswerk zou willen doen.

Als je al een gastorganisatie weet die je als vrijwilliger zou willen opvangen, moet je deze organisatie in contact brengen met een mogelijke zendorganisatie in jouw land.

Zodra het partnerschap tussen de zend- en gastorganisatie tot stand is gebracht, kun je gezamenlijk je project opzetten en een subsidieaanvraag voorbereiden, die moet worden ingediend door een in een programmaland of een mediterraan partnerland gevestigde organisatie. Je kunt ook contact opnemen met niet-gouvernementele Europese jongerenorganisaties, die wellicht op zoek zijn naar vrijwilligers voor reeds goedgekeurde EVS-projecten. De Nationale Agentschappen (of nationale coördinatoren) kunnen je behulpzaam zijn bij het zoeken naar geschikte organisaties.

Voor zend- of gastorganisaties

Een EVS-project met derde landen gaat vaak uit van een bestaand partnerschap tussen zend- en gastorganisaties. Dit partnerschap kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op initiatieven voor culturele uitwisselingen, jumelages, partnerschappen tussen internationale jongerenorganisaties, solidariteitsinitiatieven of ontwikkelingssamenwerking.

Voor elk gastproject in een programmaland is een goedgekeurde Hosting Expression of Interest (HEI) nodig.

Voor goedkeuring als gastorganisatie (alleen voor organisaties in programmalanden): Als eerste stap vult de gastorganisatie de Hosting Expression of Interest (HEI) in. Deze dient hij in bij het Nationaal Agentschap (check met het Nationale Agentschap wanneer je de HEI moet indienen). De goedgekeurde HEI is geldig voor een periode van maximaal 3 jaar, en niet alleen voor één project. Dit geeft geen automatische garantie dat elk aangevraagd project EVS wordt goedgekeurd.

In bepaalde gevallen kunnen de Nationale Agentschappen of nationale coördinatoren u behulpzaam zijn bij het vinden van partnerorganisaties, vooral organisaties in de EU en de mediterrane partnerlanden. De zend- en gastorganisatie plannen (soms met een coördinator) samen het project en dienen de aanvraag in. De vrijwilliger, indien die al bekend is, moet bij de voorbereiding van de aanvraag betrokken zijn, maar mag ook worden aangegeven nadat het project is goedgekeurd.

Hoe worden de trainingen georganiseerd?

Het is aan de organisatie die het project coördineert (d.w.z. de aanvragende organisatie) om ervoor te zorgen dat alle bij het project betrokken vrijwilligers – ofwel individueel of als groep – vóór hun vertrek en bij aankomst geschoold worden en de tussentijdse evaluatiebijeenkomsten en, indien mogelijk, ook de afrondende evaluatiebijeenkomst bijwonen.

Waar mogelijk moet gebruik worden gemaakt van door het Nationale Agentschap opgezette trainingen voor zowel de vrijwilligers uit de programmalanden (training vóór vertrek) als voor de vrijwilligers uit derde landen (training bij aankomst en tussentijdse evaluatiebijeenkomst). De training bij aankomst die in de programmalanden plaatsvindt, kan door de coördinerende organisaties zelf verzorgd worden, indien ten minste 5 EVS-vrijwilligers meedoen en de training voldoet aan de richtlijnen van de Europese Commissie. De training bij aankomst die in derde landen plaatsvindt, moet door de coördinerende organisaties zelf verzorgd worden.

Voor projecten die plaatsvinden in Zuid Oost Europa kunnen de trainingen georganiseerd worden door het South East Europe Resource Centre. Kijk voor meer informatie op http://www.mladina.si.

Zie paragraaf H.1 voor informatie over hoe een aanvraag in te dienen.

Voorwoord Glossarium Introductie "JEUGD" Deelname Actie 1 - Jeugd voor Europa Actie 2: E.V.S. Actie 3: Jongereninitiatieven Actie 4: Gezamelijke acties Actie 5: Onderst.activiteiten Derde Landen Nationaal Agentschappen


Home Program Youth N. Agencies FAQ
 Action 5.1 activity 9 “Support for quality and innovation of the Program Youth.”
Project no: 5.1/R1/2003/06 Made by Hienet working Teams in cooperation with T.E.S.